· 

Techniek als bepalende factor voor sportprestaties

Ken je iemand die dit leuk zou vinden? (Of iemand die dringend een hint nodig heeft) Deel gerust! 

Elke sporter wil vooruitgang boeken, of het nu gaat om beter, sneller, sterker of preciezer worden, je wil jezelf (en je tegenstanders of concurrenten) kunnen uitdagen. Hoe doe je dat precies?  Is techniek een bepalende factor in alle sporten? Wat zijn ‘technische sporten’ precies? Hoe kan ik mijn techniek verbeteren? 

 

Welke sport je ook beoefent, techniciteit speelt altijd een rol. Bij balsporten gaat het vaak over trap- of werptechnieken, bij slagsporten gaat het over de precisie waarmee je de bal kan raken en plaatsen, bij gymnastiek is elke uitvoering gebaseerd op een goede technische controle, bij krachttraining werkt een correcte techniek blessure preventief en bij duursporters kan een goede techniek energiebesparend werken, wat je natuurlijk ten goede kan komen in een langere race of training. We maken bovendien een onderscheid tussen grofmotorische bewegingen (fietsen, lopen) en fijnmotorische bewegingen (gymnastiek, badminton, dans, …). 

 

Er zijn twee ‘voor de hand liggende, doch vaak over het hoofd geziene’ mogelijkheden voor het aanleren en verfijnen van een correcte techniek. Eerst en vooral kan het helpen om op jonge leeftijd met een bepaalde sport te beginnen. Jonge kinderen vertrekken vaak vanuit een ‘blanco sheet’ en leren heel snel bij. Bovendien zijn hun motorische ontwikkelingen nog volop aan de gang en zijn ze nog niet vastgeroest in een bepaald bewegingspatroon. Elk kind ontwikkelt een eigen voorkeur qua sportbeoefening, maar tennis, gymnastiek, gevechtssport, zwemmen, circusschool en skiën zijn sporten die vele motorische vaardigheden vragen en dus zorgen voor een algemene ontwikkeling, en liefst vanaf kleuterleeftijd aangeboden worden! Als kinderen na een bepaalde periode van sport wisselen, zeker vanaf hun tienerjaren, dan zijn zij in de mogelijkheid om geleerde technieken te transfereren naar andere sporten (brede ontwikkeling van vaardigheden).

 

Een tweede manier om tot een goede techniek te komen is feedback. Laat je bekijken, maar steel ook met je ogen van anderen, laat je verbeteren, laat je specifiek begeleiden door coaches met ervaring of een sportspecifiek diploma en een goed oog voor foutenanalyse. Deze feedback krijg je natuurlijk in een sportclub, maar ook als je traint met een spiegel of af en toe ook bewust fouten oefent om het verschil te voelen tussen juist en fout, al is deze manier van werken niet zo ideaal voor jongeren aangezien het kan verwarring veroorzaken

 

Bij duursporten (en dus vaak cyclische bewegingen) lijkt techniek minder van belang te zijn. Je moet beschikken over een goede basisconditie en een stevige portie doorzettingsvermogen om de finish te kunnen bereiken, maar toch, heeft ook voor duursporters techniek een niet te onderschatten invloed. 

 

We nemen triathlon als voorbeeld. Meestal begin je met triathlon als je al een voorgeschiedenis hebt in 1 van de 3 discipines (zwemmen – fietsen – lopen). Er zijn dan ook ontzettend veel atleten die denken… “zwemmen, dat kan ik goed, lopen doe ik ook af en toe, dus ja, waarom zou ik dan niet met een koersfiets kunnen rijden?” Of “Ik rij al zo lang met de fiets, lopen kan iedereen, dus als ik een beetje extra oefen op het zwemmen, dan komt dat ook wel in orde”. 

 

En toch, als je al triatleet wil presteren op een behoorlijk niveau, dan volstaat het niet alleen om kilometers te malen. Je moet je onderscheiden, je moet beter zijn de dan rest. Het is dus ook daadwerkelijk de bedoeling om af en toe een ‘technische’ training in te plannen. Bij zwemmen zijn er ontzettend veel fouten die gemaakt kunnen worden, waardoor je bij langere trainingen of wedstrijden (2km of meer in het water) heel veel energie verliest, wat dan weer nadelig is voor de andere disciplines. Zwemmen kan ook leiden tot blessures (schouders en nek) als je een foute techniek hanteert. Bovendien is openwaterzwemmen niet helemaal hetzelfde als zwembad zwemmen (denk maar aan de noodzaak om aan 2 kanten te kunnen ademen bijvoorbeeld bij stroming of golfslag of het kunnen ‘rechtdoor’ zwemmen naar een boei zonder dat je een richtlijn hebt op de bodem). Hier is het dus aangewezen om regelmatig ook rustig te trainen en te focussen op techniek. Bij fietsen is de techniek minder doorslaggevend, behalve wanneer je met een tijdritfiets zou rijden (zeer specifieke houding) of wanneer je een training / wedstrijd hebt met veel klimwerk, dan wil je natuurlijk zo efficiënt mogelijk omgaan met je energie en is een goede ‘klimtechniek’ wel aangewezen, net zoals kasseien ook een specifieke techniek vereisen. Bij het lopen tenslotte is de techniek ogenschijnlijk verwaarloosbaar, maar dit is de discipline die het meest belastend is voor je lichaam en ook hier kan een verschil in techniek een verschil maken in het efficiënt aanwenden van de resterende krachten of zeker en vast ook ter preventie van blessures. Voor elke discipline bestaan er heel wat technische oefeningen waarvan je op training soms kan denken, “waarom wéér deze oefening, wat is daar het nut van?”, maar een goede trainer legt het nut van dergelijke oefeningen (en dus bijhorende foutenanalyse) met plezier nog een extra keertje voor je uit!

 

Als we dan kijken naar ‘technische’ sporten, zoals gymnastiek, slagsporten, spring- of werpnummers bij atletiek, gevechtssporten, dans, krachttraining, … dan kunnen we – zoals de naam al laat vermoeden – alleen maar stellen dat techniek hier echt een bepalende factor kan zijn. Kijk bijvoorbeeld naar Nina Derwael (gymnastiek) of Nafi Thiam (atletiek, 7-kamp). Zij trainen zo veel uren per week, dat ze niet alleen kunnen focussen of volledige routines of volledige bewegingspatronen en kilometers. Zij moeten technieken beetje per beetje aanleren, ze moeten de belasting op hun lichaam periodiseren, ze moeten perfectioneren en ze moeten blessurepreventief aan de slag. 

 

Wil je uitblinken in een bepaalde sport of discipline, dan is talent of aanleg een belangrijke zaak, maar het is minstens even belangrijk om een goede techniek te vergaren en over de capaciteit te beschikken om snel te leren en progressie te kunnen maken. 

 

De medailles worden pas uitgereikt aan de finish (en wie sneller is onderweg, zal daar eerder toekomen) of als je meer risico durft nemen (een moeilijkere oefening levert meer punten op dan een makkelijkere variant). Prestaties verbeteren gaat dus hand in hand met het ontwikkelen van een goede, juiste en effectieve techniek, welke sport je ook beoefent. Technieken bouw je op, en dat gaat vaak letterlijk gepaard met vallen en opstaan. Je moet je lichaam laten wennen aan (nieuwe) bewegingspatronen en je moet zelf ondervinden waarom een bepaalde techniek belangrijk of voordelig is. Oefening baart kunst. Trainen maakt je beter!



Onze coaches zijn heer en meester in het aanleren van sporttechnische vaardigheden uit verschillende disciplines zoals skiën, lopen, fietsen, zwemmen, handbal, basket, dans, ropeskipping, gewichtheffen,.. Laat je begeleiden en maak het verschil! 

 Dit artikel werd gebaseerd op inzichten uit verschillende ‘handboeken’, ‘cursussen’, eigen ervaringen en daadwerkelijk geraadpleegde bronnen: 

Cursus ‘ontwikkelingspsychologie’, 2e bachelor LO & bewegingswetenschappen

Cursus ‘initiator’ en ‘trainer B’ (triathlon) van Sport Vlaanderen

Cursus ‘biomechanica’, 2e bachelor LO & bewegingswetenschappen

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0